Sondevoeding

Inleiding

Wat is een voedingssonde?
Hoe werkt het?
Praktische info

Inleiding
Velen van ons zullen het probleem van bijvoeden / 'flessen' van kittens kennen. Anderen kunnen er vroeg of laat nog wel eens mee geconfronteerd worden, bij verweesde kittens, bij kittens die met een keizersnede ter wereld gekomen zijn en waardoor de melkproductie en/of contact moeder-kind net iets te laat op gang kán komen, bij onvolgroeide tepels van de moederpoes, bij te grote nesten, bij acute baarmoederontsteking, bij bloedgroep problemen of welke andere reden hiervoor nog aangevoerd moge worden.

De meeste kittens kunnen bijgevoed worden met een voedingspipetje of flesje, maar soms is de sonde een uitstekende vervanging.
 

Wat is een voedingssonde?
Bijgaande illustraties maken dat voor 'n groot deel al duidelijk.
Een ca. 50 cm. lang en 1,5 of 2,1 mm. dun doorzichtig slangetje waarmee moedermelk-vervangende preparaten direct in het maagje van het kitten gebracht kunnen worden. Milkodog, KMR of andere reeds vloeibare en niet-klonterende middelen verdienen hierbij de voorkeur.
 

1 - De voedingssonde
2 - Dun bandje kleurtape, zelf aan te brengen op ca. 8,5 cm. afstand van het uiteinde voor pasgeboren kittens


3 - Afgeronde gesloten top

4 - Aan weerszijden ca. 1,5 mm. grote openingen


5 - Afsluit dopje

6 - Bijpassende, soepel schuivende, plastic injectie-spuitjes (twee stuks), minimaal twee milliliter, liever iets groter.


7 - Voorkomen dat door spartelende bewegingen de sonde teveel naar buiten terugglijdt


Het gebruik van de sonde
Overleg allereerst met uw dierenarts dat u graag wilt bijvoeden met de sonde, zodat hij eventuele afwijkingen bij het kitten of de moederpoes uit kan sluiten.
Het is immers niet ondenkbaar dat er specifieke oorzaken zijn aan te wijzen waardoor de natuurlijke gang verstoord is en waarbij het gebruik van de sonde geen uitkomst kán bieden, sterker, de gezondheid van het kitten alleen maar schaadt.
Is bijvoeden echter toch het advies, dan kan de voedingssonde hierbij een fantastische hulp zijn, waarbij U dan als volgt te werk gaat:

Leg een stevige, niet ruwe, hand- of theedoek op uw schoot of tafel.

Op de sonde hebt U reeds aangegeven, met een stukje tape of niet-afgevende viltstift, tot hoever het slangetje bij het kitten naar binnen gebracht moet worden. Bij normale pasgeboren volgroeide kittens van ca. 100 gram zal dat 8 à 9 cm. zijn. Op het tekeningetje kun je zien waar de maag zich bevindt.

Zorg voor een bakje of eierdopje waaruit U makkelijk met één van de twee injectie-spuitjes de melk kunt opzuigen.
Milkodog, K.M.R. o.i.d. hoort uiteraard op de juiste (lichaams) temperatuur gebracht en gehouden te worden (bv "au bain Marie").

Het vullen van het spuitje:
Het spuitje vult u met de benodigde hoeveelheid melk plus ongeveer een ml extra. Boven een bakje spuit u zachtjes de extra hoeveelheid er weer uit, totdat in het spuitje de hoeveelheid zichtbaar is die u nodig heeft. Als u nu voedt, krijgt het kitten precies genoeg binnen en het teveel blijft in het slangetje zitten.

Neem nu het kitten en leg het gewoon op zijn buikje op de handdoek en hef het kopje iets omhoog. De sonde kan nu rustig en gelijkmatig naar binnen geschoven worden. In negen van de tien gevallen zal dat soepel en zonder problemen verlopen, ook al werkt het kitten soms tegen. Gaat het in een enkel geval niet meteen, dan vooral niet forceren maar in alle rust gewoon nog eens opnieuw proberen. Bij echte tegendruk bent u in de luchtpijp beland en moet de sonde opnieuw worden ingebracht. Overigens als leek moet men al van goede huize komen om de sonde in "het verkeerde keelgat" (de luchtpijp) te kunnen krijgen!

Rustig en gelijkmatig het spuitje ledigen, dan de sonde eerst 2 à 3 centimeter gewoon en dán de resterende 6 centimeter rustig - al aanzuigende - uit de slokdarm terugtrekken. Deze laatste handeling is ingeval er een druppeltje melk aan de sonde is blijven hangen wat dan toch nog toevallig op kruispunt van slokdarm en luchtpijp in "het verkeerde keelgat" terecht zou kunnen komen. Zo'n laatste druppeltje wordt dan namelijk voordat het de longetjes heeft kunnen schaden, in de sonde terug gezogen.

NB. Na iedere voeding de sonde en het spuitje goed doorspoelen met gekookt water, eventueel even uitkoken.

Ziezo, het kitten is gevoed en heeft alle benodigde voeding naar binnen gekregen. Het verhaal lijkt moeilijker dan het is, de praktijk is kinderlijk eenvoudig. Na twee of drie keer kost het daadwerkelijk voeden van een kitten U nauwelijks nog een minuut. Met de ene hand het kitten op zijn plaats houden zodat de sonde er niet uit kan glijden, met de andere hand de spuitjes verwisselen. Oefenen vooraf met water, zorgt dat u er snel handigheid in krijgt!


Praktische info
Ik gebruik sondes die geheel van siliconen zijn gemaakt want dat werkt veel fijner omdat het spuitje dan lekkerder past op het flexibele dopje.
Voor pasgeborenen en in de eerste twee weken gebruik ik een sonde van 1,5 mm dun.(50 cm lang werkt het fijnst) Hoe dunner hoe beter voor de eerste tijd. Zogauw kittens tandjes krijgen moet zo snel mogelijk worden overgegaan op vast voer. Als er een grotere maat sonde wordt gebruikt dan kan daar ook evt pap of Hills AD in met water vermengt. Zo kun je erg zwakke en zieke dieren verplicht voeren. Dus niet alleen voor pasgeboren kittens.
In het begin gebruik ik een klein spuitje met een inhoud van twee ml , en de maat spuit groeit mee met de hoeveelheid melk die per voeding gegeven wordt.
Als richtlijn houdt ik aan: 1 ml per voeding per leeftijd van het katje. Dus ben je vijf dagen dan kan er 5 ml in. Echter kittens zijn niet gewend aan de grote hoeveelheid in hun maagje, dat moet langzaam opgerekt worden. Ik begin dan met de helft en voer dat per 24 uur op met een ml. Dus een katje van 5 dagen dat voor het eerst gevoed wordt. krijgt dan 2,5 ml per voeding en op dag zes 3,5 enzo verder tot 10 ml. Na 10 ml verhoog ik niet meer, maar ga het aantal voedingen uitbreiden.
 

U mag ons ook altijd even bellen voor meer info...

Home        Gezondheid